Heftig! Mijnen en hoogtes + fotoupdate 25-2

Potosi, 4060m boven NAP

Dit was een echte belevenis. Geen toertje vanachter glas, niet in een treintje, maar echt! De mijnen van Potosi. Dat was vandaag de bestemming. Niet geschikt voor claustrofoben. Niet geschikt voor de weak hearted!

¨Cerro Rico¨, de ¨rijke berg¨. Eens één van de meest lucratieve zilvermijnen van de wereld. Een tijd waarin Potosi groter groeide dan Londen en Parijs. Nu een uitgewoonde, holle berg, waar dagelijks 15.000 mensen, verdeeld over 700 mijnen, proberen hun stoffige kost te verdienen met het opgraven van overgebleven mineralen. Samen met 18 andere Westerlingen en vier gidsen gingen wij dit leven van dichtbij bekijken. En kijken hebben we gedaan.

De hilariteit van onze gekke pakjes en helmen met lampjes erop sloeg snel om toen we bij de donkere, nauwe werkelijkheid van de mijnen aankwamen. De lampjes werden aangeklikt en ruggen werden gekromd zodat we de lage ingang konden passeren. De wetenschap dat je een berg inwandeld waarin al honderden jaren gegraven wordt; de wetenschap dat je 600 meter steen, stof en zand boven je hebt en dat jaarlijks zo´n 40 mensen overlijden in de mijn, zou genoeg moeten zijn om je adem weg te nemen. Het feit dat de mijnen zich op 4300 meter bevinden maken dit een zekerheid.

200 meter na de ingang ligt een klein museum. Hier is informatie te vinden over de historie van de mijnen en er staat een beeltenis van ´El Tio´, de duivel die door de mijnwerkers aanbeden wordt. Dit eerste kwartier in de mijn begint al zijn uitwerking te hebben op sommige van ons. Zweetdruppels rollen over wangen en gespannen ademtochten zijn hoorbaar. Voordat we goed en wel in het ¨werkende¨ deel van de mijn zijn aangekomen, zijn de eerste Gringo´s afgehaakt. Ademnood, claustrofobie, angst! En dit is de weg naar kantoor voor de ´miners´. Zeg maar zoals wij in Nederland door de garage en over het terras naar de auto lopen om naar ons werk te gaan.

Vervolgens dalen we door 50 cm nauwe spleten af naar niveau twee en drie. Hier wordt gewerkt. We verliezen meer mensen onderweg en het deel dat nu nog beneden is is stil. Stil van angst, stil van inspanning maar vooral stil van de indruk. ONDER de indruk welteverstaan. Mensen tussen 10 en 54 jaar werken hier acht uren per dag. Ze verdienen veel voor Boliviaanse begrippen. 200 euro per maand. Ze eten niet in de mijn. Ze kauwen coca leaves. Het geeft ze energie, verminderd hun eetlust en neemt de effecten van de hoogte weg. Ademen gaat moeilijk door de hoeveelheden stof en doordat we diep in de berg zitten. De zuurstofleidingen sissen, maar het is benauwd.

Op niveau drie verblijven we een klein poosje in een werkgrot waar de karren met gruis van niveau vier arriveren om vandaar omhoog gewerkt te worden met behulp van een schop en een takel. We delen drinken, sigaretten en cocaleaves met de miners bij wijze van fooi. We willen hier weg! De terugweg wurmen we ons opnieuw door de nauwe spleten die de ´werkgrotten´ met elkaar verbinden. Nat van het zweet strompelen we de eindelijk zichtbare zonnestralen tegemoet. Iedereen, hoe stoer ook, is blij om na dik twee uren weer veilig te zijn. Want dat is één ding dat ontbrak in de mijn. Veiligheid.

P

*nederig*

Blijf op hoogte!

Wil je op de hoogte blijven van de belevenissen? Meld je aan voor de mailinglist

Eerdere reisverhalen

Reis blog, ook wel reis webblog genoemd, wordt mogelijk gemaakt door Around the Globe. "Ontmoetingsplek voor en door reizigers". Lees onze Disclaimer